motorische ontwikkeling kind

 

Nuttige tips bij de ontwikkeling van de motoriek bij kinderen - baby, peuter en kleuter


Leg baby's zoveel mogelijk op hun buik als ze in de box liggen. Op deze manier stimuleer je het kind om het hoofd op te richten en ook de rug wordt sterk.

Baby's spelen vaak met hun handen en voeten. Hij moet zijn lichaam ontdekken. Als de baby aan een nieuwe uitdaging toe is geef je eenvoudig speelgoed.
De eerste kleur die de baby herkent is rood. Geef dus rode speeltjes.

Voor de oog-handcoördinatie is het belangrijk dat het kind voorwerpen heeft waar het naar kan kijken, zoals b.v. een boxgym. Een jonge baby kan nog niet kiezen waar hij naar wil kijken. Hun zenuwstelsel is nog niet zo goed ontwikkeld. Laat ze dus niet steeds naar bewegende mobiles of boxgym kijken. Dit kan overprikkelend zijn. De baby vindt het ook fijn om rustig in het rond te kijken.

Vanaf 6 à 7 maanden gaat de baby omrollen. Leg dan het speelgoed iéts buiten hun bereik, zodat ze een beetje moeite moeten doen om het te pakken. Zo stimuleer je dat het kind later gaat tijgeren.

Als het kind gaat tijgeren, geef het dan de ruimte. De box is dan te klein. Stimuleer het bewegen en zet het kind zo min mogelijk in een wipstoeltje. Geef speelgoed waar hij creatief mee kan zijn, zoals:
- plastic bakje
- plastic bekertje
- knuffeldoekje
- plastic doosje enz.


(Mijn eigen kinderen vonden het altijd heerlijk om met plastic bakjes en dozen te spelen. Dit vonden ze vaak leuker dan hun speelgoed).

Na het tijgeren komt de periode dat het kind gaat kruipen. Als het kind goed kan kruipen, kun je hem/haar af en toe laten zitten.
Zorg wel voor steun!

Vanaf 10 à 12 maanden gaat het kind staan. U kunt dit stimuleren door een speeltje op de tafel te zetten op sta hoogte.
Vanaf ongeveer 15 maanden gaat het kind lopen. In het begin staat het kind nogal wankel op de benen. Een duwkar kan de nodige steun bieden. Vanaf dit moment weet het kind dat hij/zij overal bij kan en zal dit ook gaan uitproberen. Dus uw kristallen vaas staat niet meer veilig op tafel !

Als het kind goed kan lopen, kun je het lopen een beetje moeilijker maken.
- loop over het strand
- loop over gras
- loop over een hobbelige weg enz.

Een kind ervaart op deze manier de verschillende ondergronden.

Als het kind nóg iets ouder is maak je het weer een beetje moeilijker:
- lopen met je ogen open/dicht
- grote passen / kleine pasjes nemen
- zijwaarts lopen
- rennen
- van een verhoging afstappen (dit is al een voorbereiding op het springen).
- over een smalle plank lopen

Op deze manier oefen je de fijne motoriek.

Behalve de verschillende manieren van lopen, kun je ook de motoriek oefenen door:
- een bal te gooien en te laten vangen
- puzzelen
- kleuren
- knutselen enz.


Ik heb het lopen uitgebreid beschreven omdat het kind dit de hele dag doet.
Iedereen is de hele dag met de motoriek bezig. Zoals alles doe je de meeste dingen onbewust.

T. Klein-Huisman.

Volg ons

Top ↑