En weer lopen ze lange tijd door het bos, totdat………
Opeens horen ze lawaai. Pluim en Druppie verstoppen zich achter een struik en zien een paar mensen op een omgevallen boomstam zitten. Ze hebben een plastic zak bij zich waar hun boterhammen in zitten.
Als de mensen hebben gegeten, gooien ze de zak op de grond en lopen weg.
Pluim en Druppie kijken elkaar aan en besluiten achter de mensen aan te lopen.
Ze rennen door het bos. De twee mensen kunnen veel sneller lopen dan Pluim en Druppie. Maar ze houden vol en komen steeds dichter bij de mensen.
“Meneer, mevrouw!” roept Druppie.
De mensen stoppen met lopen en draaien zich om. Waar komt dat stemmetje vandaan?
Omdat Druppie zo klein is zien ze hem niet.
“Meneer, mevrouw!”roept Druppie weer.
De mensen kijken naar de grond en zien een kabouter en een eekhoorn.
“ Wat is er?” vraagt de mevrouw.
Druppie zegt:” We hebben gezien dat u uw rommel op de grond in het bos hebt laten liggen.”
De mevrouw krijgt een kleur en zegt:”Ja, dat is waar. Er staat geen afvalbak en toen heb ik het maar laten liggen.”
Pluim zegt:”Dat is niet zo netjes. U moet al uw rommel in een afvalbak gooien en als die er niet staat moet u het meenemen en ergens anders in een bak gooien. U mag geen rommel in het bos gooien of op straat.”
Druppie zegt:” En het is ook gevaarlijk voor de dieren. Misschien denkt een dier wel dat het eten is, gaat het dan opeten en wordt dan erg ziek.”
“Sorry, zegt de mevrouw, ik ga gelijk terug en haal de zak op en ik zal het thuis gaan weggooien.”
De meneer en mevrouw lopen terug en pakken de zak op.
Als ze Druppie en Pluim zien, zwaaien ze nog even en de meneer zegt:
” Dank jullie wel dat jullie het tegen ons hebben gezegd. We zullen geen rommel meer achterlaten.”
En met de zak in hun hand lopen ze het bos uit.
Druppie en Pluim kijken hen tevreden na.